Vier Finales en een Beker
Samenvatting
Vier Finales en een Beker is niet alleen een boek over voetbal. Het is een boek over herinneren. Over de zomer van 1974, waarin een jongen verliefd werd op Oranje, op A Clockwork Orange, en zonder het te weten ook op tijd, verwachting en teleurstelling. Over de vier finales die Nederland haalde op de grootste toernooien, en over die ene beker die wél werd gewonnen. Over vrienden, die tijdelijk familie werden, en familie die tijdelijk vrienden werden. Over alles wat ernaast gebeurde. Want ook het leven zelf kent finales: sommige haal je, andere niet. Sommige win je, andere verlies je.
Deze roman gevuld met voetbalherinneringen gaat over hoop en verlies. Over waar je was toen het gebeurde en wie er naast je zat. Over muziek, die zich vastzet aan momenten die je nooit meer kwijtraakt. Over de manier waarop voetbal op zeldzame avonden even alles lijkt te verklaren – en hoe het je op andere momenten juist confronteert met wat je niet kunt vasthouden.
Het verhaal begint in 1974 en eindigt in de zomer van 2010, na opnieuw een verloren WK-finale. Maar daar stopt het niet. Want verliezen blijkt ook iets wat je kunt doorgeven. Iets wat je kunt uitleggen. Iets wat je, dankzij je kinderen, opnieuw leert begrijpen. Want zowel winnen als verliezen is altijd het begin van iets nieuws.
Vier Finales en een Beker is een coming-of-age-verhaal, een vaderboek, een tijdcapsule. En een ode aan de simpele waarheid dat voetbal nooit alleen over voetbal gaat.

