Koempels
Ooggetuigen van de Limburgse mijnen
Samenvatting
Het Limburgse woord voor mijnwerker, koelman, betekent letterlijk ‘kuilman’. Veel koelluu, ‘kuilmensen’ dus, werkten op een diepte van meer dan zevenhonderd meter onder zware omstandigheden, bij tropische temperaturen, in lage gangen en onder het voortdurende geraas van machines. De stofontwikkeling bleek funest voor hun longen en het gevaar van instortingen en explosies was groot. Het is dus geen wonder dat deze benedenwereld in de herinnering sterk verbonden is met beelden van afdalen, neergang en het dagelijks verlangen naar herrijzenis. Glu¨ck auf!
Er is ook een ander Limburgs woord dat bij de mijnen past, een woord waarin verbondenheid, loyaliteit en genegenheid besloten liggen: koempels. Het betekent ‘kompanen’, kameraden met wie in wederzijdse afhankelijkheid een zware broodwinning werd gedeeld. Sinds de sluiting van de Limburgse mijnen is een stroom van publicaties op gang gekomen waarin de geschiedenis van de Nederlandse ‘carboonkolonisatie’ uit de doeken werd gedaan. Maar zelden kwamen daarin de koempels zelf aan het woord.
In Koempels wordt niet óver mijnwerkers verteld, maar dóór hen. Omdat het mijnbedrijf sterk hiërarchisch georganiseerd was, heeft Wiel Kusters in dit ooggetuigenboek niet alleen een stem gegeven aan de meest voor de hand liggende arbeidskrachten uit de verzonken wereld van de mijnen, zoals slepers, leerling-houwers, houwers, ploegbazen en opzichters. Ook mijningenieurs, leden van een reddingsbrigade, journalisten, artsen, politici en vakbondsmensen plaatst hij op het podium van een onvergetelijke sociale geschiedenis.

