Het scharrelpalet
Samenvatting
De gedichten gaan over dingen die om de hoek loeren. Over mensen die bij voorkeur in een veilig nest schuilen, tot hun schaal onvermijdelijk breekt en het leven zich in al zijn facetten toont.
Blue pine
Beetje bij beetje groeit ze als spitskool
Ze slaat tegen een waaiend raam
Tekent gezichten uit twee stipjes en een boog
Heel soms een puntje in het midden
Een bol die bibbert tussen sparren
Ik teken wensen op haar voorhoofd
Zodat ze een leven leidt op de foor
Verborgen in mijn schoot
Met draaitollen van koekjesdeeg
Handen van papier die feetjes doen zwijmelen
En toch blijft ze niet hier

